Een gezamenlijke visie op een passende route van het PO naar het VO in de regio Eemland

Visie op route van PO naar VO

In de regio Eemland is in het schooljaar 2024-2025 een gezamenlijke visie ontwikkeld op de route van het PO naar het VO. Daar hebben veel mensen over meegesproken: leerlingen zelf en hun ouders, leerkrachten PO, docenten VO, schoolleiders, bestuurders en samenwerkingspartners zoals gemeentes en sociaal werkers. In deze visie verwoorden we welke gedeelde ambitie we hebben, welke waardes we delen met elkaar en aan welke doelen we de komende jaren gaan werken.

Bekijk hier het volledige programmaplan 2025-2027 als PDF

1. Ambitie

Onze ambitie als onderwijs PO en VO van de regio Eemland is om met elkaar te werken aan een passende route van het basis- naar het voortgezet onderwijs voor ieder kind. Daarbij willen we alles doen wat binnen onze macht ligt om gelijke kansen te bevorderen in de route van het PO naar het VO door alle leerlingen de kansen en mogelijkheden te geven om hun talenten op een voor hen passende manier te ontwikkelen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: Praatplaat_totaalplaat-scaled.jpg

2. Zienswijze kansengelijkheid

Kansengelijkheid is een breed begrip. Welke bril we met elkaar op hebben, bepaalt hoe er naar gelijke kansen wordt gekeken in onze regio.

De zienswijze ‘gelijkheid’ gaat uit van gelijke kansen als alle kinderen evenveel aandacht, evenveel middelen en evenveel keuzemogelijkheden krijgen, ofwel gelijke toegang tot onder andere het onderwijs. Als dat leidt tot verschillende uitkomsten, wordt dat beschouwd als een voortvloeisel van verschillen in intelligentie en inzet van kinderen zelf. De zienswijze ‘equity’ (in het Nederlands billijkheid) – gaat ervan uit dat niet iedereen start met dezelfde uitgangspositie en dat verschillen gecompenseerd moeten worden, ’Ongelijk investeren om gelijke kansen te bereiken’. Hoewel dit zeker voorwaardelijk is om te werken aan gelijke kansen, is het risico van deze zienswijze dat het uitgaat van een achterstand bij bepaalde groepen kinderen, ofwel een deficiet denken. De oorzaak van het vermeende tekort wordt daarmee neergelegd bij het kind zelf of bij zijn of haar ouders (Agirdag, 2020). De zienswijze rechtvaardigheid stelt juist de norm of het systeem ter discussie door structuren die ongelijkheid veroorzaken aan te pakken en adresseert daarmee ook de groep met een bevoorrechte positie.

We realiseren ons dat we voor echte gelijke kansen de uiteindelijke oorzaken van kansenongelijkheid moeten worden aangepakt. Wij willen, naast gelijkheid en billijkheid, ook werken vanuit een rechtvaardigheidsperspectief. Vanuit dat toekomstperspectief willen we in de regio Eemland veranderen wat binnen onze invloed ligt door ongelijk te investeren voor gelijke kansen en structuren die ongelijkheid veroorzaken te adresseren. We streven naar de best passende route voor ieder kind en hebben daar als ouders en professionals een bijdrage aan te leveren vanuit onze positie en verantwoordelijkheid. De stap van het PO naar het VO is hierin een cruciaal moment: we slaan de handen ineen om deze stap voor alle leerlingen als een vloeiende route van het PO naar het VO te laten verlopen.

3. Leidende principes

Het doel van een kansrijke overstap van het PO naar het VO is dat iedere leerling een route vindt die voor hem of haar het best passend is. Dat is een weg waarop een kind diens volledige potentieel kan ontwikkelen, waarbij welbevinden en veiligheid kernwaarden zijn. Daarbij benoemen wij de volgende gedeelde principes:

1: We zien ieder kind en diens context. Daarmee bedoelen we dat ieder kind in zijn of haar unieke geheel wordt gezien. Het geheel bestaat voor ons uit meer dan alleen cognitie: we kijken ook naar creativiteit, (sociale) vaardigheden, taligheid, sportiviteit, talenten en de dromen en ambities van het kind. Ook de context waarin een kind opgroeit doet ertoe en is van belang voor het vinden van een passende weg voor het kind. 

2: We kijken ontwikkelingsgericht en stellen de begeleidingsbehoeften van het kind centraal. Dit betekent dat we een balans zoeken tussen uitdagen en hoge verwachtingen hebben van hun inzet, zonder een leerling te overvragen. We kijken daarbij niet alleen naar waar het kind nu staat, maar ook naar het leerpotentieel en de ambities. Daarbij investeren we extra in leerlingen die dat nodig hebben.

3: We zien dit als een collectieve verantwoordelijkheid die de muren van scholen en besturen overstijgt. Hierin trekken leerlingen, ouders, leraren, directies, besturen, en maatschappelijke organisaties samen op om de leerwens en het leerpotentieel van elk kind optimaal te matchen met een passende route in het onderwijs. Samenwerken en het delen van perspectieven en invalshoeken zijn hierin cruciaal, waarbij het belang van het kind centraal staat. Drempels en mechanismen die onbedoeld belemmerend kunnen werken, worden verminderd met gerichte aanpakken. Daarbij sturen we op de best passende route  voor ieder kind, in plaats van het hoogst haalbare niveau. In Amersfoort en regio beschouwen we ieder onderwijstype als gelijkwaardig en gaat het erom dat het onderwijstype het beste aansluit bij de leerbehoefte van de leerling. Dit doen wij vanuit het gezamenlijk gedragen besef én individueel besef als reflectieve professionals: ieder kind verdient het om zich optimaal te kunnen ontwikkelen.

4. Ontwikkelrichtingen

We zien drie richtingen om in te investeren de komende jaren:

1: Het stimuleren, faciliteren en organiseren van een latere definitief passende richting en mobiliteit binnen de onderbouw van het VO. Om ervoor te zorgen dat kinderen werkelijk de kans krijgen om zich optimaal te ontwikkelen helpt het om hen meer tijd te geven door de keuze voor een definitief passende richting uit te stellen, blijkt uit onderzoek[1]. Hierdoor hebben leerling een langere en zachtere ‘overgangsperiode’ waarin ze kunnen wennen aan de nieuwe vorm van onderwijs of aan de nieuwe school en langer de tijd hebben om tot bloei te komen. Ook het uitbreiden van de mogelijkheid tot mobiliteit binnen (de onderbouw van) het VO zou leerlingen meer tijd geven om een passende leerroute te vinden. Dit houdt ook in dat het groep 8 advies minder ‘hard’ wordt en eerder een indicatie geeft van een brede ontwikkel richting. Schoolbesturen zijn van groot belang om dit mogelijk te maken.

2: Professionalisering van leraren en een meer intensieve en diepgaande samenwerking en uitwisseling tussen PO en VOWe vinden het belangrijk dat leraren zich professionaliseren op het thema van kansengelijkheid en de route PO-VO. Hun kennis en vaardigheden in het omgaan met verschillen is cruciaal. Dit geldt ook voor de leerkrachten van de toekomst, die op de pabo en lerarenopleidingen hun handelingsrepertoire ontwikkelen op dit thema. Daarnaast geloven we in de kracht van uitwisseling in de regio Eemland. Op het moment dat het PO en VO elkaar beter leren kennen én meer van elkaars expertise leren en gebruikmaken, zal de overdracht en advisering van leerlingen naar waarschijnlijkheid verbeteren. Leraren in het PO krijgen een beter beeld van het scholenaanbod en de verschillen tussen VO-scholen, in onderwijsconcept en voorzieningen. Hierdoor kunnen PO-leraren een leerling (en diens ouders) beter begeleiden en adviseren. Andersom kunnen VO-leraren beter leren differentiëren door collegiale visitatie en consultatie bij het PO en hun onderwijsaanbod nauwer laten aansluiten bij het PO. Hiervoor willen we initiatieven bestendigen, uitbreiden en faciliteren. Dit alles om een zachtere landing voor de leerlingen te realiseren.

3: De ondersteuning van ouders bij het keuzeproces en de overstap PO-VO Ouders hebben een belangrijke rol in het keuzeproces van hun kind en zijn daar niet altijd goed op voorbereid. Kennis over het onderwijssysteem en de mogelijkheden daarbinnen verschillen per gezin en niet alle ouders weten wat er van ze wordt verwacht. Ook zijn er ouders die hun kind in de eerste plaats op het hoogst haalbare niveau willen krijgen, en vooral focussen op de kwalificerende functie van school en pas in de tweede plaats kijken welke school aansluit bij de leerbehoefte van hun kind en de andere ontwikkeldoelen van het onderwijs: socialisatie en subjectificatie[2]. Het is van groot belang om ouders goed te informeren over het scholenaanbod en hen uit te nodigen om holistisch en ontwikkelingsgericht naar hun kind te kijken. Voor scholen ligt hierin de taak om ouders te ondersteunen en te begeleiden in wat zij kunnen doen om hun kind goed te begeleiden. Dit geldt voor het keuzeproces, maar ook in de periode vóór de oversteek en in de begeleiding erna.


[1] Zie onder andere later selecteren, beter differentiëren (Onderwijsraad, 2021)

[2] De drieslag kwalificatie, socialisatie en subjectificatie is van onderwijs-pedagoog Gert Biesta. Zie meer over de drieslag op www.gertbiesta.com