‘Wees kritisch naar elkaar en stel jezelf kwetsbaar op om tot een kansrijk advies te komen’

Door Thijs Tomassen (januari, 2026)

Elk kind verdient voortgezet onderwijs dat bij hem of haar past. Leerkrachten, ouders en natuurlijk de leerlingen: ze hebben allemaal een belangrijke rol in het komen tot een kansrijk advies voor een middelbare school. Maar hoe pak je dat als basisschool het beste aan? Jasper van Zandwijk van De Bongerd in Leusden en Janneke Smit van de Caeciliaschool in Amersfoort gaan met elkaar in gesprek en delen succesvolle praktijkvoorbeelden.

Even voorstellen om te beginnen: wie is wie?

Jasper: ‘Ik werk als leerkracht in groep 8 op basisschool De Bongerd. In mijn werkzame leven heb ik veel gedaan in het onderwijs. Verschillende functies bekleed, verschillende onderwijstypes meegemaakt. Nu sta ik heel bewust weer met de voeten in de klei, om op een enthousiaste manier het verschil te maken voor kinderen op een heel toffe school.’

Janneke: ‘Ik ben teamleider op de Caecilliaschool, een school met een zeer diverse populatie. Dat vinden we heel tof, maar het brengt ook uitdagingen met zich mee. In het verleden heb ik zelf als leerkracht in groep 8 het proces van verwijzen van dichtbij meegemaakt. Nu doe ik dat als teamleider samen met verschillende leerkrachten en de intern begeleider, omdat we zeggen: schooladvies is niet alleen iets van de leerkracht in groep 8.’

Waar denken jullie als eerste aan als we het hebben over kansrijk adviseren?

Jasper: ‘Dat het vooral gaat over communicatie. Met ouders, met leerlingen, maar het begint intern. Wij hebben als schoolorganisatie goed met elkaar nagedacht over hoe we de verschillende schoolprocedures vormgeven. Dat geldt ook voor de overstap van groep acht naar het voortgezet onderwijs. We hebben in de afgelopen jaren de koppen vaak bij elkaar gestoken: wat werkt nu goed? Wat is belangrijk? Wat moeten we vooral niet vergeten? Dat is een naslagwerk geworden, zodat we niet elk jaar hoeven te bedenken hoe we het ook alweer deden met z’n allen.’

Janneke: ‘Ik herken wat je zegt. Wat wij op onze school hebben afgesproken over onze procedure hebben we in een tijdpad uiteengezet. Daar blijven we op broeden: klopt dit nog? Wat hebben we geleerd van afgelopen jaar? En inderdaad, wat Jasper zegt: communicatie is cruciaal.’

Een breed gedragen schooladvies: wat zijn de eerste stappen daartoe?

Jasper: ‘Een passend schooladvies begint niet in groep 8, dat begint veel eerder. Naar aanleiding van rapporten heb je gesprekken over de leerling, ook over de zachte kant: hoe verhoudt de leerling zich tot anderen, hoe is zijn of haar taakgerichtheid? De werkelijke procedure begint in groep 7 met het afgeven van een indicatie. Op basis daarvan kunnen ouders al gesprekken aanvragen. Vervolgens komt het voorlopig schooladvies in groep 8. Dat bedenk ik als leerkracht natuurlijk niet in mijn eentje, zoals de indicatie een jaar eerder ook niet alleen door de leerkracht in groep 7 bedacht wordt. We betrekken er collega’s uit de bovenbouw, de intern begeleider en de directeur bij en bespreken samen hoe we het kind kennen, wat onze ervaringen zijn als het gaat om werkhouding, sociale omgang en huiswerkattitude en wat de data ons vertellen, om zo te komen tot een weloverwogen antwoord op de vraag: wat is nu het best passende onderwijstype voor deze leerling? Het mooie is: als we het op deze manier voorbereiden, kijken we in negen van de tien gevallen op dezelfde wijze naar een kind.’

Janneke: ‘Ook de communicatie naar ouders is cruciaal. Al in groep 7 nemen we ouders mee in een informatieavond over hoe het straks gaat op het voortgezet onderwijs, welke onderwijstypes er zijn en waar je rekening mee kunt houden. Dit jaar hebben we dat iets anders aangevlogen. We merkten dat ouders vooral naar de meetbare kant van het kind kijken en veel minder naar de merkbare kant. We hebben leerlingen daarom een mindmap over zichzelf laten maken, over hun passies en hobby’s, en ouders vervolgens laten zoeken: herken je je kind? Vanuit daar, wat het kind belangrijk vindt, zijn we het gesprek gaan voeren. Als wij weten wat het kind belangrijk vindt, wat niet allemaal meetbaar is maar wel merkbaar, dan is het de vraag: wat is er dan nodig in de procedure richting het vo? Daar hebben we ouders bij nodig. Ga het avontuur aan samen met je kind. Sta ervoor open en wees nieuwsgierig waar de behoefte van je kind ligt.’

Hoe zorgen jullie voor een vaste, objectieve werkwijze? En hoe voorkom je dat vooringenomenheid van invloed is?

Jasper: ‘Allereerst: volledige objectiviteit bestaat niet. Het is en blijft mensenwerk. Maar juist daarom moet je je bewust zijn van subjectieve valkuilen. Je bent weleens geneigd om te denken: van die leerling heb ik een broer of zus in de klas gehad, dus dan zal het wel ongeveer zo zijn.’

Janneke: ‘Dat zijn de blinde vlekken die je moet voorkomen.’

Jasper: ‘Absoluut. Het gaat over hoge verwachtingen, elk kind verdient een objectieve kans om het goede te laten zien. Dan is het van belang dat je als school en organisatie werkt vanuit het idee dat je samen onderwijs maakt voor het kind en daar gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor draagt. Dat betekent ook dat je je professioneel moet opstellen naar collega’s én kwetsbaar moet durven zijn als je het even niet weet en hulp nodig hebt. Als je er vervolgens als school niet uitkomt, schroom dan niet om contact op te nemen met vo-collega’s en gebruik te maken van intervisiemomenten, want die bestaan gewoon in onze regio. Je staat er als school niet alleen voor. Het is goed om te merken dat mijn collega’s en ik elkaar scherp houden doordat we met meerdere mensen op verschillende momenten aan tafel zitten. We stellen elkaar vragen: waarom vinden we bij deze leerling dit advies passend en bij de andere niet? Geven we nu dit advies om het ingewikkelde gesprek maar uit de weg te gaan? Het is goed als dat gebeurt, want dan kom je tot waar het zou moeten komen: een kansrijk advies.’

Janneke: ‘Herkenbaar. Wij gaan er met open vizier in. Het gaat niet over het eigen ‘ik ’als leerkracht of als school, het gaat er om dat kinderen een kansrijke plek krijgen in het vo. Het is onze taak ze daar zo goed mogelijk naar te begeleiden, zodat ze hun potentieel kunnen benutten.’

Wat is de sleutel tot een goede samenwerking met ouders?

Janneke: ‘Het is een wisselwerking. Soms staan ouders zelf op de stoep, een andere keer zijn wij als school proactief. Het is elke keer kijken: waar hebben ouders ondersteuning bij nodig? Online inschrijven kan een belemmering zijn voor mensen die een andere taal spreken, net als het bezoeken van een open dag. Daar voeren we actief het gesprek over: hoe kun je een leerling in zo’n gezin stimuleren om toch te gaan? Kunnen we diegene koppelen aan ouders van klasgenoten die toch al naar een open dag gaan?’

Jasper: ‘We zijn helder in wat ouders van school mogen verwachten en laten ze merken dat er altijd ruimte is voor een gesprek. Het komt voor dat het schooladvies niet strookt met de verwachting van ouders, dan moet je daarover in gesprek. Stel het niet uit, want dan wordt het alleen maar lastiger. Ik pak in zo’n geval de telefoon en bel de ouders op. We moeten elkaar niet uit de weg gaan, maar juist opzoeken.’

Op welke manier geven jullie de leerling een centrale rol om te komen tot een kansrijk advies?

Jasper: ‘In ieder geval door altijd te praten mét en niet óver het kind. We nodigen leerlingen actief uit om bij gesprekken aanwezig te zijn. Ook in groep 7 en zelfs in eerdere jaren. Elke stap die je als leerling kunt zetten in het herkennen van je eigen leerproces en de verantwoordelijkheden die daarbij horen, is winst. Op het vo zul je ook meer zelfstandig moeten doen, zonder vaste leerkracht die precies weet wat je nodig hebt. Soms is een ouder geneigd om het woord snel over te nemen. Dan blijf ik vragen stellen aan het kind. Of ik geef de leerling het woord terug: wat vind jij nou eigenlijk? De vraag die je stelt triggert mij trouwens wel: hoe kunnen we het kind nóg meer proceseigenaar laten worden?’

Janneke: ‘Praat met het kind, want het gaat om een advies dat het kind gaat krijgen. Ouders geven we op voorhand een tip mee: elk advies is oké, denk erover na hoe je erop reageert. Wat ik mooi vond: we hebben de pilot gedraaid waarbij de kinderen een mindmap maakten. Ik liep een rondje om te zien wat er ontstond en raakte met kinderen in gesprek. Ze zeiden: dit zouden we samen met onze ouders willen doen, ook de informatieavond. Daar is nog winst te boeken: met kinderen bespreken wat ze nodig hebben in de procedure. En als de advisering geweest is nagaan: hebben we je gezien en gehoord of zijn we je ergens vergeten?’

Welke tips willen jullie nog delen met collega’s van andere basisscholen?

Jasper: ‘Stel je open op, durf jezelf kwetsbaar op te stellen en stel vooral vragen. Het is essentieel dat we met elkaar de verantwoordelijkheid voelen voor alle kinderen op school, dus ook voor de kinderen die na acht jaar de school gaan verlaten.’

Janneke: ‘Ik vind dat we in onze regio heel mooie dingen doen op dit gebied, zoals de centrale overdracht, de intervisiemomenten met collega’s van andere scholen en de tussentijdse terugkoppeling vanuit het vo naar po. De lijntjes tussen die twee werelden zijn korter geworden. Ik hoop dat leerlingen daar profijt van hebben en voelen: ook vanuit de basisschool wordt er richting het voortgezet onderwijs gekeken wat bij mij past. We zijn met z’n allen verantwoordelijk voor een passende route van po naar vo voor ieder kind. ’

Agenda

Actueel

Kennisbank PO-VO

Projectgroepen