In de Ontwikkelwerkplaats Differentiatie delen PO- en VO-leraren hun expertise

Door Carolien Drijfhout (november, 2025)

Differentiëren is een belangrijke vaardigheid voor leraren in het VO, zeker voor wie toe wil naar een latere niveauselectie. In de Ontwikkelwerkplaats Differentiatie onderzoeken leraren vanuit VO en PO samen wat het belang van differentiatie is, delen ze ervaringen en doen ze nieuwe inzichten op. Samen leren, experimenteren en implementeren. 

In regio Eemland werken alle scholen voor voortgezet onderwijs de komende jaren toe naar een ‘later definitief passende richting en meer mobiliteit in de onderbouw’. Meer differentiatie in de klas is daar een belangrijke voorwaarde voor. In de Ontwikkelwerkplaats Differentiatie ontwikkelen leraren vanuit VO en PO zich samen verder in deze vaardigheid. “De werkplaats is een mooie eerste stap in de beweging naar een latere selectie”, zegt Gerard Luitwieler, PO-leerkracht en bruggenbouwer binnen de regio Eemland. Gerard denkt sinds een aantal jaar binnen pilotschool het Farel College mee over de mogelijkheden rond een brede brugklas en werd van daaruit kartrekker van de ontwikkelwerkplaats. Negen deelnemers – zes leraren vanuit het VO, twee vanuit het PO en een onderzoeker – verdiepen zich er met elkaar in het waarom en hoe van differentiatie, ontwikkelen lessen waarin differentiatie nadrukkelijk een plek heeft, experimenteren hiermee in de eigen schoolpraktijk en delen hun ervaringen. 

Samen meer leren

Leren van elkaars expertise; dat staat centraal in de ontwikkelwerkplaats. Leraren VO kunnen veel leren van de leerkrachten uit het PO, voor wie differentiatie meer gewoongoed is. Zo deelt een leerkracht van de Michaelschool waardevolle lessen vanuit haar ervaring binnen het gespecialiseerd basisonderwijs. Ze differentieert in haar klas op niveau, behoefte én gedrag. Ook VO-leraren onderling kunnen veel van elkaar leren. Twee docenten van het Farel College inspireren anderen bijvoorbeeld vanuit hun ervaringen met de verlengde dakpanklas. Gerard: “De ene school of leraar is verder dan de ander, of zet differentiatie net weer op een ander vlak in. Bij het Corderius staat differentiatie op niveau bijvoorbeeld meer centraal, bij het Element is differentiatie op gedrag relevanter. Juist dat is zo leerzaam.”

Naast de praktijk, heeft ook de wetenschap een plek in de ontwikkelwerkplaats. Vanuit de Universiteit Utrecht neemt onderwijsantropoloog en universitair docent Pomme van de Weerd deel. Ze doet onderzoek naar heterogeen onderwijs en kansengelijkheid in het voortgezet onderwijs en deelt haar kennis en inzichten hieruit. “In de eerste bijeenkomsten heb ik veel verteld over wat er vanuit onderzoek bekend is over kansengelijkheid en hoe differentiatie daaraan kan bijdragen”, vertelt Pomme. “Dat was helpend om het waarom van differentiatie helder te krijgen.” (Lees meer in het kader.) 

Het waarom en weerstand

Wat is dan dat waarom van differentiatie? Pomme: “Uit onderzoek blijkt dat het indelen van leerlingen op niveau kansenongelijkheid teweegbrengt. Terwijl differentiatie binnen de klas juist kan leiden tot meer kansen voor leerlingen, omdat je als leraar beter aansluit bij wat een individuele leerling nodig heeft. Dat geldt overigens evengoed binnen homogene klassen, want ook de ene vmbo- of vwo-leerling is de andere niet.” Tijdens de eerste bijeenkomsten van de ontwikkelwerkplaats was er bij deelnemers nog best wat scepsis over differentiatie. “Interessant was dat het bij sommige leraren weerstand opriep”, vertelt Pomme. “Deels door misconcepties en deels omdat het woord zelf een negatieve lading heeft gekregen.” Door er samen over te leren, raakten deelnemers steeds meer overtuigd van het belang van differentiatie. Pomme: “Er is veel enthousiasme om hierin te experimenteren en van elkaar te leren.” 

Experimenteren en implementeren

Dit najaar experimenteren alle deelnemers met lessen waarin ze differentiëren. Tijdens de bijeenkomsten wisselen ze hun ervaringen uit, waarbij Pomme vanuit de wetenschap meedenkt over de dilemma’s die leraren tegenkomen. Inmiddels zijn de eerste stappen gezet naar een volgende fase: bredere implementatie. Want de deelnemers hebben ook als taak om differentiatie verder te brengen in hun eigen scholen. Gerard: “Dat kan in de eigen vakgroep zijn, alleen met een paar geïnteresseerde collega’s of schoolbreed. Het gaat erom dat er meer aandacht komt voor differentiatie. En juist een bottom-up aanpak is daarin krachtig.” Schoolbesturen worden vanuit de werkplaats wel betrokken. Zo was er in oktober een eerste bijeenkomst waarbij leidinggevenden (afdelingsleiders en rectoren) van de werkplaatsdeelnemers aanhaakten. “Doel was de dialoog aan te gaan en te kijken waar leidinggevenden de beweging kunnen versterken. Het was mooi om te zien dat zij – ondanks ook wat kritische geluiden – positief staan tegenover differentiatie.”

Op naar de toekomst

De eerste maanden kwam de ontwikkelwerkplaats elke donderdagochtend bij elkaar, inmiddels is dat om de week en in 2026 zal dit verder afbouwen. “Zo komt er steeds meer ruimte voor deelnemers om vooral in de eigen school bezig te zijn”, vertelt Gerard. Verderop in het jaar gaan de leraren ook bij elkaar op school kijken. De ontwikkelwerkplaats loopt in principe tot de zomer van 2026, maar Pomme en Gerard hopen op een verlenging. “Een jaar is kort; het is irreëel om te verwachten dat alle scholen aan het eind van dit schooljaar serieus werk gaan maken van differentiatie. Verandering heeft tijd nodig”, aldus Pomme. Gerard vult aan: “We onderzoeken hoe we het een vervolg kunnen geven. Ik hoop dat er volgend jaar veel meer scholen meedoen.” Met als uiteindelijk doel? Pomme: “Dat we minder rigide omgaan met onderwijsniveaus en de skills opbouwen om te differentiëren, zodat leerlingen kansrijker onderwijs krijgen.” 

Meer lezen over wat de wetenschap zegt over differentiatie? Check deze link.

Agenda

Actueel

Kennisbank PO-VO

Projectgroepen