Kansrijke doorstroom voor nieuwkomers: 3 experts uit de regio pleiten voor meer bewustwording en kennis over NT2 op alle scholen

Door Carolien Drijfhout (december, 2025)

In de overgang van PO naar VO is veel te winnen voor leerlingen die nog (relatief) kort in Nederland zijn. Door de taalbarrière belanden nieuwkomers vaak op een niveau dat niet past bij hun capaciteit en potentie. Voor een kansrijke doorstroom is het belangrijk dat we in regio Eemland werken aan meer bewustwording en kennis bij scholen en leraren. Drie experts vertellen over de uitdagingen en oplossingen die ze zien. 

Kansrijk adviseren is sowieso een kunst, maar vraagt zeker bij nieuwkomers om extra aandacht. Reguliere basisscholen worstelen met goede advisering bij leerlingen die net een paar jaar in Nederland zijn. “Zij hebben te kort Nederlands onderwijs gehad om op basis van de reguliere werkwijze tot een goed advies te komen”, vertelt Arine Stronkhorst, kwaliteitscoördinator bij taalschool de Wereldwijzer in Amersfoort. “Veel basisscholen durven het strakke toetsbeleid niet los te laten. Terwijl daar wel mogelijkheden voor zijn. Nieuwkomersleerlingen kunnen op een doorstroomtoets onvoldoende laten zien wat ze werkelijk kunnen, omdat de resultaten gedrukt worden door de beheersing van de Nederlandse taal.” 

Verkeerde meetinstrumenten 

Ook een drempelonderzoek geeft vaak een enorm vertekend beeld, vervolgt Sasja Vennekens, teamleider van Taalschool VOILA in Leusden. “Een leerling van ons stroomde na een jaar uit naar een reguliere groep 8. Ze had veel leerpotentie, maar kreeg daar op basis van een drempelonderzoek toch het advies praktijkonderwijs. Ik heb mij toen nadrukkelijk ingezet voor een ander advies en inmiddels doet ze het goed op de mavo. Dit voorbeeld laat zien dat er gebruik wordt gemaakt van meetinstrumenten die niet passend zijn voor deze doelgroep.” Leerlingen komen hierdoor vaak op een niet-passende plek terecht. Dat ziet ook Marloes Regeer, zorgcoördinator en voormalig NT2-docent bij het Taalcentrum van het Element, een onderwijsvoorziening voor niet-Nederlandssprekende jongeren van 12 tot 18 jaar. “Voor je een taal net zo goed spreekt als een native speaker, moet je zeker vijf à zes jaar in een land wonen. Dan pas kun je een vergelijkbare basis stellen. Veel scholen zijn zich daar niet bewust van. Zij denken dat een nieuwkomer na twee jaar taalschool wel ‘bij’ is. Regelmatig krijgen wij de vraag of we een leerling terug kunnen nemen omdat hij ‘nog niet alles weet’.”  

Onbenut potentieel 

Zorgelijk vinden de drie het, dat zoveel leerlingen te laag uitstromen vanwege hun NT2-niveau. Want hierdoor blijft veel potentieel onbenut. Arine: “Doen we niets, dan blijven anderstalige leerlingen altijd een paar stappen achter. We houden zo een niveauverschil in de maatschappij in stand.” Dat heeft impact op de hele samenleving, maar vooral op het welzijn van deze kinderen zelf. Want het doet iets met je wanneer je niet wordt aangesproken op je capaciteit. Sasja: “Je wordt niet gestimuleerd, mist aansluiting. Met als gevolg dat je achterover gaat leunen, je ongelukkig voelt of je misschien wel gaat misdragen.” “Het raakt aan een gevoel van eigenwaarde”, vult Marloes aan. “Anderstalige leerlingen worden afgerekend op de zessen die ze halen, terwijl dat vaak een bizar knappe prestatie is als je kijkt naar hun achtergrond. Daar moet meer erkenning voor zijn.”  

Stapelen 

Natuurlijk is zo’n adviesniveau niet in steen gebeiteld. Leerlingen kunnen altijd nog stapelen. Vanuit algemeen onderwijsonderzoek wordt stapelen afgeraden, omdat leerlingen zich aanpassen aan het niveau waarop ze starten. Maar voor nieuwkomers ligt dit anders. “Deze leerlingen hebben door taalachterstand meer tijd nodig om op het niveau te komen dat bij hen hoort”, stelt Marloes. Arine benadrukt dat het wel heel belangrijk is leerlingen en ouders hier door heldere communicatie in mee te nemen. “Leg uit dat je bijvoorbeeld denkt dat tl of havo passend is, maar dat het er door taalachterstand nú nog niet voldoende uitkomt. Dan begint een kind met een andere mindset aan die middelbare school.” Sasja is het eens, maar waarschuwt voor een té laag advies. “Eén niveau lager is wat mij betreft maximaal. Anders mist een leerling te veel aansluiting, op allerlei vlakken.” 
 

Olievlek 
Arine en Sasja verwijzen vanuit hun taalscholen jaarlijks een handjevol leerlingen door naar het VO. Het merendeel stroomt uit naar regulier PO. De taalschool kan vervolgens meedenken in de advisering. Vanuit VOILA in Leusden worden leerlingen na de overstap naar regulier ook ambulant begeleidt. “We nemen deze leerlingen zo’n twee keer per week apart en coachen ook de leerkracht”, schetst Sasja. “Het is belangrijk dat leraren weten wie ze in de klas krijgen en wat dat vraagt. Dus stemmen we verwachtingen af, kijken we mee en bieden we concrete handvatten.” Vanuit de taalschool geven Sasja en Arine en haar collega Willemien Velsink ook workshops en nascholing op scholen en bij samenwerkingsverbanden. Arine: “Zeker op scholen die vaker leerlingen van ons ontvangen, zien we nu dat de olievlek zich begint te verspreiden. Steeds meer basisscholen ontwikkelen expertise om nieuwkomers goed te begeleiden en uiteindelijk kansrijk te adviseren.” Helpend is ook de onderzoeksgroep van Kansrijk Funderend Onderwijs Amersfoort waar Arine bij betrokken is. Hierin worden – in samenwerking met PO- en VO-scholen – richtlijnen uitgewerkt waarmee scholen tot een meer gefundeerd en passender advies kunnen komen. 

Kansrijk ontvangen 

De volgende stap is de landing. Daar zien de drie experts een spanningsveld. Marloes: “Een kansrijk advies vraagt natuurlijk ook iets van de middelbare school. Als daar geen kennis is van nieuwkomersonderwijs, is de kans groot dat leerlingen hun potentie niet kunnen waarmaken.” Het zorgt ervoor dat nieuwkomersleerlingen in de onderbouw van het VO alsnog afstromen. Arine: “Kansrijk adviseren werkt alleen als het VO ook kansrijk ontvangt. Al begrijp ik dat dat voor VO-scholen ingewikkelder is. Het maakt nogal uit of je een leerling een paar uur per week of de hele dag in de klas hebt.” Wat is ervoor nodig om toch kansrijk te ontvangen? Bewustwording en kennis, zijn de experts het eens. Arine: “Leraren moeten weten wat ze van nieuwkomers kunnen verwachten en hoe ze hen het beste kunnen ondersteunen.” Ook een mindsetverandering is belangrijk. Sasja: “Vakdocenten zijn vaak gericht op hun les en minder op de individuele leerling, al zie ik daar de laatste tijd wel een verschuiving in. Iedere leraar wil natuurlijk dat wat hij doceert, ook aankomt. Zeker bij deze leerlingen is daar vaak wat extra’s voor nodig. Zorg dat je aansluit, bied extra instructie aan, zet thuistalen in, laat leerlingen zelf een vertaling maken. Er is veel mogelijk.”  

Expertisecentrum 

Om VO-leraren hierin te coachen en begeleiden, heeft het Taalcentrum van het Element een eigen Expertisecentrum opgezet. Marloes vertelt er enthousiast over: “Vanuit dit Expertisecentrum zijn vier experts volledig vrijgezet om de overstap van onze leerlingen naar het VO te begeleiden. Zij zijn op vaste dagen in de week aanwezig op verschillende middelbare scholen en bieden leerlingen individuele begeleiding. Daarnaast zijn ze coachend richting mentoren en leraren in de klassetting én geven ze trainingen aan docententeams en afdelingsleiders.” Marloes hoopt van harte dat deze aandacht voor nieuwkomersonderwijs zich ook in het VO als een olievlek gaat verspreiden. “Wij proberen leerlingen nu geclusterd door te verwijzen naar een aantal middelbare scholen, zodat we op die scholen de extra begeleiding efficiënt kunnen aanbieden. Maar uiteindelijk wil je natuurlijk dat anderstalige leerlingen op elke middelbare school een zachte landing en daarmee een eerlijke kans krijgen.” 

Toekomstperspectief 

Nieuwkomersonderwijs als vast onderdeel binnen het taalbeleid en een NT2-specialist op elke school; wat de drie experts betreft, is dat het ideale toekomstscenario. Met daarboven een overkoepelend kenniscentrum in regio Eemland waar leraren terechtkunnen voor advies en leerlingen voor begeleiding. “Meertaligheid is geen vrijblijvendheid meer”, zegt Arine. “Wat dat betreft is het advies van de Onderwijsraad dat in september uitkwam, heel steunend. Alle scholen moeten beleid ontwikkelen op NT2.” Marloes hoopt dat met meer begeleiding de stressvolle situatie voor nieuwkomersleerlingen vermindert. “Met meer hulp en vertrouwen vanuit de schoolomgeving zullen meer leerlingen op de juiste plek komen. Laten we ons er als leraren bewust van zijn dat we deze leerlingen allemaal in onze klassen hebben en dat we daar een stapje harder voor moeten lopen.” Het mooie is: als mentor of leerkracht kan je daarmee een wezenlijk verschil maken. Arine: “Als ik aan succesvolle nieuwkomersleerlingen vraag wat hen heeft geholpen, is het antwoord altijd: de leraar die in mij geloofde.”  

Tips voor leraren en KC’ers in het primair onderwijs: 

  • Adviseer op potentie. Kijk daarbij ook naar warme data en iemands ‘wil om te leren’.  Motivatie is vaak een betere voorspeller van schoolsucces dan intelligentie.  
  • Neem ouders en leerlingen bij de hand in de aanloop naar de schoolkeuze of zorg voor een buddy.  
  • Verwijs nieuwkomers naar VO-scholen waar doorgroeimogelijkheden zijn, dus waar ze kunnen stapelen.  
  • Zet je in voor een goede, warme overdracht en houd een vinger aan de pols. Zoek in het brugklasjaar zo nu en dan contact met de mentor om te vragen hoe het gaat. 
  • Wil je sparren over het advies aan een leerling? Arine en Sacha zijn beide aanwezig bij de volgende intervisie bijeenkomst het best passende advies. Geef je hier op. Of zoek contact met Arine op arine.stronkhorst@meerkring.nl

Tips voor leraren en mentoren in het voortgezet onderwijs:  

  • Realiseer je dat een nieuwkomersleerling waarschijnlijk meer in zijn mars heeft dan hij op dit moment kan laten zien.  
  • Besef hoe groot de impact van taal is. Leerlingen die zessen of zevens halen, leveren een enorme prestatie. Dit zouden zomaar tienen kunnen zijn bij onderwijs in de eigen taal. 
  • Zie de achtergrond van een leerling. Wonen in een AZC, stress rondom een verblijfsvergunning, zorgen om familie in het land van herkomst, aarden in een nieuwe cultuur: het heeft impact. Check een keer extra hoe het met iemand gaat. Vraag eens waar een leerling thuis huiswerk maakt en wie hem daarbij helpt.    
  • Maak werk van differentiatie. Zorg dat je in je les aansluit bij leerlingen die nog niet over voldoende taal beschikken. Werk aan je didactische vaardigheden, laat je scholen of leer van PO-leraren in bijvoorbeeld een ontwikkelwerkplaats.   
  • Kijk kansrijk naar leerlingen en houd de mogelijkheden voor stapelen open. Praat hier ook over met de leerling en zijn ouders. 

Agenda

Actueel

Kennisbank PO-VO

Projectgroepen